Techniek

Afstelling van de zitpositie op de fiets

Eddy Merckx zat altijd aan zijn zitpositie te sleutelen, maar dit werd voor een deel veroorzaakt door blessures die hij opgelopen had bij een val op de wielerbaan van Blois. Hij was fanatiek in het optimaliseren van zijn rijpositie, zowel voor comfort als voor snelheid. Wie zoals een prof tot acht uur per dag op een fietszadel zit, moet comfortabel zitten. In een tijdrit of triatlon kan de aërodynamisch beste zitpositie een tijdwinst van meer dan een minuut opleveren, en dat kan hot verschil betekenen tussen de overwinning of de tiende plaats. Het is voor iedereen zinvol om aandacht te besteden aan de afstelling; dat geldt zowel voor toeristen als voor wielrenners en triatleten. Er bestaat geen kant en klaar recept dat je ogenblikkelijk perfect op de fiets zet. iedereen is anders, iedereen heeft zijn eigen stijl van fietsen, is mager of dik, heeft zijn eigen spierstructuur... en dat heeft allemaal invloed op de moest efficiënte rijpositie. De hierna volgende voorstellen moeten dus als startpunt beschouwd worden. Luister verder naar je lichaam, verander de afstelling steeds in kleine stapjes, allemaal na elkaar, en ga pas verder als je aan de verandering gewend bent. De aanbevelingen zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op 'Cyclisme sur Route' van Bernard Hinault en Claude Genzling, maar aangepast aan de ervaringen die we hebben opgedaan met een groot aantal verschillende rijders.

Meten van je Lichaam
Het is essentieel om nauwkeurig te meten. Daarvoor heb je een helper nodig.
Meet altijd twee keer, en beweeg tussen de metingen. Neem het gemiddelde
resultaat. Draag fietskleding maar geen schoenen .

1 De binnenbeenlengte
Ga met je hielen tegen  een muur staan, voeten 20 cm uit elkaar. Laat een helper een LP of een dun boek (< 2 cm) tussen je benen haaks op de muur omhoog schuiven, totdat het niet meer comfortabel aanvoelt. Merk het hoogste punt op de muur en meet de afstand tot de vloer.

2 De bovenbeenlengte
Ga op een krukje zitten met de onderbenen verticaal. bovenbenen horizontaal en het bekken plat tegen de muur. Verstel de hoogte van het krukje, eventueel met telefoonboeken. Hou een (meet)lat tegen de knieschijven, parallel met de muur en meet de afstand naar de muur.

 

3 De onderbeenlengte
Leg in dezelfde zitpositie de lat op de knieën, parallel met de bodem, en meet de afstand tot de vloer Het onderbeen moet verticaal staan, gebruik eventueel een schietlood om dat te controleren

 

4 Romplengte
Blijf op het krukje zitten en druk bekken en rug tegen de muur Hou de schouders op gelijke hoogte; controleer met de rechte lat. Meet de afstand van de ronding van elk sleutelbeen tot de bovenkant van het krukje Herhaal de metingen en middel de vier resultaten


5 Armlengte
Nog steeds gezeten op het krukje, rug tegen de muur, strek je arm uit, haaks op de muur, en met een ronde staaf o.i.d. van 2,5 cm in de hand. Meet de armlengte van de muur tot het midden van de staaf. Meet de andere arm op dezelfde manier, herhaal de metingen en noteer het gemiddelde.

Bereken je lichaamsverhoudingen
Lichaamsverhoudingen dienen als sleutels om de ideale zitpositie te bereiken. belangrijkste zijn:
Romp/binnenbeenlengte; arm/binnenbeenlengte en bovenbeen/onderbeenlengte.
Door de verschillende maten als aangegeven te delen krijg je verhoudingsgetallen.
gemiddelde waarden zijn als volgt:
    Romp/binnenbeenlengte 0,76;
    arm/binnenbeenlengte 0,87;
bovenbeen/onderbeen 1,11 (man)    en 1.14(vrouw).
Als je  een relatief lang lijf hebt en korte benen, kun je romp/binnenbeen-lengteverhouding hebben van  0.83, maar als je benen relatief lang zijn invergelijking met je romp, dan kan de verhouding wel en tot 0,69 zakken. Hetzelfde geldt voor alle andere verhoudingen en dat helpt je voor het bepalen van positie in relatie tot
stuur en zadel. Uit honderden in Engeland door Mikte Amulet verzamelde metingen blijkt dat vrouwen gemiddeld langere benen en  een kortere romp hebben dan mannen.

Meet je huidige fiets
Voordat je iets aan je huidige fiets gaat afstellen moet je  deze eerst nameten.

6.
Meet de zadelhoogte van het hart van de pedaalas tot de bovenkant van het zadel,
met de crank in lijn met de zitbuis van het frame.

7.
Meet de terugstelmaat van het zadel. Dit is de stand van de punt van het zadel
tot de verticale lijn door de trapas. Volgens de regels van de (de internationale wielerbond)
moet dit minimaal 5 cm zijn. Gebruik voor deze meting een schietlood, of  een gewicht aan een touwtje.